Architect
prof. ir. Hans Ruijssenaars
Opdrachtgever
Magna Plaza bv
Constructeur
Adviesbureau D3BN bv
Hoofdaannemer
Strukton bv
Opdracht
1988
Bouwjaar
1991-1993
Bruto oppervlak
8.500 m2
Bouwsom
€ 21.800.000,00 / f 48.000.000,00
(excl. btw en honorarium)
Fotografie
Michel Claus
Werknummer
8859
Ontwerp
De opdracht voor de verbouwing van het
voormalige Hoofdpostkantoor kwam tot stand via
een meervoudige opdracht aan vier architecten:
Pi de Bruin, Fred Hofman, Pieter Zaanen en Hans
Ruijssenaars. Het ontwerp van Hans Ruijssenaars (in
samenwerking met Ben Loerakker in de conceptfase)
had de voorkeur van de Zweedse opdrachtgever:
projectontwikkelaar Lars Erik Magnusson.
Het voormalige Hoofdpostkantoor van architect
C.H.Peters (1874-1932) is aan zijn tweede leven
begonnen. Bijna een eeuw lang is het gebouw in
gebruik geweest zoals het oorspronkelijk bedoeld
was. Waar nodig voor de nieuwe functie zouden toevoegingen
of wijzigingen ondergeschikt van karakter
blijven. Het oude beeld van het Hoofdpostkantoor is
ook het nieuwe beeld van het winkelcentrum. Waar
honderd jaar geleden het gebruik van stijlmiddelen
uit de Gothiek en de Renaissance nog een zekere
moralistische betekenis hadden, wordt nu het
mengsel als romantische resultante uit die periode
gewaardeerd.
De belangrijkste wijziging aan de gevels betrof
ongetwijfeld de hoofdentree. De bijna ontoegankelijke
entree van het Hoofdpostkantoor zou een zeer
publiek gebruik van het gebouw als winkelcentrum
onmogelijk maken. Na talrijke studies is besloten de
verbinding tussen het straatniveau en het ruim 1,50
meter hoger gelegen hoofdniveau op zo ontspannen
mogelijke wijze binnen het gebouw te overbruggen.
Een luie trap, een roltrap en een lift overbruggen daar
het hoogteverschil. Eindelijk hebben ook mindervaliden
toegang tot het gebouw. Door de wolfskuilen
aan weerskanten van de hoofdentree te verbreden
het brede trottoir aan de Nieuwezijds Voorburgwal
stond dit toe werd de souterraingevel aan die zijde
een belangrijker element van het totaal en kon ook
op souterrain-niveau een tweetal separate entrees
worden toegevoegd. Aan beide uiteinden van de
wolfskuilen werden trappen toegevoegd waardoor
een soort verlaagd openbaar trottoir ontstond.
Bovendien kon door deze ingrepen meer daglicht in
het souterrain doordringen.
De nieuwe luifel boven de hoofdentree versterkt de
verhoogde toegankelijkheid en vormt een eerste
handreiking boven de drie nieuwe entrees.
Verreweg de belangrijkste ingreep in het gebouw vond
binnen plaats. Oorspronkelijk was alleen een deel van
de begane grond publiek toegankelijk. Binnenkomend
onder de imposante vide die over drie verdiepingen
met een fraaie galerij en zandstenen arcades wordt
omgeven, bleef het publiek op de begane grond;
daar waren de loketten en andere publieke functies.
De rest van het gebouw was alleen toegankelijk voor
personeel van de PTT.
Door de functiewijziging van postkantoor tot
winkelcentrum wordt het gehele gebouw, inclusief
souterrain, publiek toegankelijk gemaakt. De ingreep
die daartoe al in de prijsvraagfase is voorgesteld is
eigenlijk een heel eenvoudige. Benut de bestaande
structuur, gebruik wat er is als basis en maak het
gebouw af. Alhoewel nergens indicaties waren te
vinden dat het oorspronkelijke ontwerp van Peters
maar gedeeltelijk gerealiseerd zou zijn, leerde een
eerste globale verkenning dat de aandacht voor de
ruimtelijke ontwikkeling in het interieur snel ophield
na de begane grond en centrale vide. Door de strenge
structuur op diezelfde begane grond, een kleinere
vide over twee lagen aan de noordkant, niet zichtbaar
vanuit de centrale hal, en de voortzetting van de
begane grondstructuur over de hogere lagen tot in
de kap, ontstond vrijwel als vanzelf de gedachte de
kwaliteit van het publieke deel op de begane grond
door te zetten over de andere lagen.
De centrale hal blijft daarbij het hoofdmoment, en
links en rechts van de centrale hal ontstaan twee
nieuwe vides van twee lagen hoog, gescheiden van
de centrale hal door reeds in aanleg aanwezige
galerijbruggen. Op deze wijze smelt het centrale
middengebied van het gebouw aaneen tot één grote
ruimtelijke kern waaromheen de winkels een plaats
vinden. De reeds aanwezige vide aan de rechterzijde
van de hoofdentree werd daartoe verlengd en aan de
linkerzijde van de entree werd een geheel nieuwe vide
gemaakt. Ook het souterrain werd geschoond van
allerlei niet structureel belangrijke tussenwanden en
waar nodig werd structuurlijk hersteld wat ontbrak.
Door twee extra vides in de begane grond kwam ook
het souterrain in ruimtelijk contact met de rest van
het gebouw.
Door al deze ingrepen werd bewerkstelligd dat via
het middengebied alle ruimten op elkaar betrokken
raakten en gezamenlijk een overzichtelijk en helder
ruimtelijk drieluik vormden.
Het bouwen in het verlengde van het ontwerp van
Peters, zoals de nieuwe vides en een aantal nieuwe
arcades, kon uiteraard niet meer met de middelen van
toen. Ook vanwege de bouwsnelheid moesten een
aantal structurele toevoegingen worden uitgevoerd in
staal. Het nieuwe staalskelet is bekleed met prefabbetonelementen,
waarbij zowel in afmetingen als
in kleur aansluiting is verkregen op de bestaande
structurele elementen. De argeloze, winkelende
bezoeker zal nauwelijks opmerken welke kolommen
en arcades nieuw zijn, terwijl bij nadere beschouwing
de nieuwe kolommen en bogen wel degelijk als nieuw
herkenbaar zullen zijn. Naast de grote reeks vaak
zeer verschillende bestaande kolommen, voegen de
nieuwe zich op natuurlijke wijze in het voortgezette
stramien.
De buiten-lichtkappen boven de vides zijn aanzienlijk
vergroot zodat meer daglicht in het totale plan
kan doordringen. Roltrappen om bezoekers op
ontspannen wijze de grote verdiepingshoogte te
laten overbruggen, maken op vanzelfsprekende wijze
gebruik van de nieuwe ruimtelijke mogelijkheden
en maken deel uit van een groot circulatiesysteem
door het hele gebouw. In het hart van het gebouw
nabij de centrale entree bevindt zich een tweetal
nieuwe liften. Langs alle videranden is een
nieuwe balustrade aangebracht, waarbij zowel de
ruimtelijke transparantie als het publieke comfort en
veiligheidsgevoel een rol speelden.
Bij alle toevoegingen, en dat geldt ook voor de luifels
aan de buitenzijde, is geprobeerd deze een zekere
constructieve autonomie te geven, door ze zó te
construeren dat je kunt zien hoe ze samengesteld
zijn, bijna utilitair, en niet opdringerig in kleur of
vorm; enigszins vergelijkbaar met stalen toevoegingen
aan gebouwen rond de vorige eeuwwisseling zoals
stations, fabriekshallen en tentoonstellingsgebouw
en. Voorbeelden in Amsterdam hiervan zijn onder
andere het Centraal Station, het Rijksmuseum en de
Beurs van Berlage.
Niet gehandhaafd kon worden de in schaakbord
patroon gelegde, zwart-wit geblokte natuursteen vloer
op de begane grond. Lopend over deze vloer was er
niets aan de hand, maar wanneer vanaf hogere lagen
naar deze vloer beneden gekeken werd, was door het
blokpatroon nauwelijks diepte te schatten. Als bij een
schilderij van Vasarely begon de vloer te zingen en
zou bij publiek gebruik van de hogere lagen latente
hoogtevreesgevoelens zeker hebben aangewakkerd.
De zolderverdieping is separaat toegankelijk vanuit
een eigen entree aan de Spuistraat.
Samenvattend kun je zeggen dat het voormalige
Hoofdpostkantoor aan zijn tweede leven is
begonnen.
Staand op een nieuwe fundering is nu het hele
gebouw publiekstoegankelijk geworden. Een bruisend
winkelcentrum laat het gebouw met frisse moed aan
zijn tweede eeuw beginnen.
Projectmedewerkers
Rik Lagerwaard, René de Vries,
Jos de Kler, Jos Wesselman, Marcel Koch, Ed Schwier,
Rob Gordon.
Publicaties
Links
Gemeente Amsterdam Bureau Monumenten & Archeologie
architectenweb
architectenweb-ruijssenaars
wikipedia
BNA
Magna Plaza