Architect
prof. ir. Hans Ruijssenaars
Opdrachtgever
Gemeente Apeldoorn
Constructeur
Adviesbureau voor Bouwtechniek, Velp
Hoofdaannemer
Bouwcombinatie van den Belt IGB, Twello
Opdracht
1988
Bouwjaar
1990-1992
Bruto oppervlak
32.600 m2
Bouwsom
€ 23.100.000,00 / f 50.800.000,00
(excl. btw en honorarium)
Fotografie
Jan Derwig, Harry Noback
Werknummer
8860
Ontwerp
Vanuit het besef dat een centrale ligging van het
Stadhuis in het centrum van de stad wezenlijk is voor
het ongedwongen laagdrempelig gebruik van hét
huis van de stad, is in dit ontwerp geprobeerd het
Stadhuis de meest vanzelfsprekende plaats te laten
innemen in het centrum, aan de noordzijde van de
Markt, op de lege plek langs de Deventerstraat. Niet
alleen gaat het Stadhuis daardoor een dialoog aan
met het bestaande Raadhuis, maar bovenal geef je
daarmee vorm aan het vormeloze en onherbergzame
Marktplein.
De keuze van deze stadhuislocatie moet bezien
worden op lange termijn, als een sturend mechanisme
voor de verdere toekomst. Het besef van de betekenis
die het Stadhuis kan hebben als hét huis van de stad,
waar je als gemeenschap je gasten ontvangt, waar
je samenkomt voor belangrijke gebeurtenissen,
is onontbeerlijk voor de verdere ontwikkeling van
Apeldoorn.
De stad is een levend organisme. Door dagelijkse
gewenning zien we vaak de ontwikkeling op langere
termijn niet meer, toch is het historisch besef en de
betekenis van een ingreep voor de verdere toekomst
van wezenlijk belang voor de gezondheid van dat
organisme. Het onderkennen van de natuurlijkheid
en vanzelfsprekendheid van de ontwikkeling van de
stad is hiertoe een voorwaarde.
Apeldoorn is de laatste decennia geweldig gegroeid.
Grote nieuwe stadsdelen zijn gebouwd, het aantal
inwoners is gestegen tot bijna 150.000.
Zoals vaak gebeurt, blijft ook in Apeldoorn de
ontwikkeling van het centrum enigszins achter. De
druk op het centrum neemt toe. De Hoofdstraat is
een van de drukste winkelstraten van Nederland.
Goede infrastructurele voorzieningen zoals de
binnenstadspoorten, met parkeervoorzieningen,
zijn al aangelegd of zijn onderweg. Verdichting van
het centrum is onvermijdelijk. De kern die 150 jaar
geleden het centrum was, is dat nog steeds. Het is
verbazingwekkend te zien hoe diezelfde kern ook
een stad kan bedienen die ruim tien keer zo groot is.
Dat is de kracht en tevens de charme van Apeldoorn.
Het centrum bruist van nieuwe initiatieven. Dichter,
intenser en met behoud van het begin, met behoud
van de stedebouwkundige structuur, die het karakter
van Apeldoorn in zo belangrijke mate bepaalt.
Het Stadhuis aan de Markt probeert op een natuurlijke
en vanzelfsprekende manier dit proces te versterken
en te sturen.
Zoals het Stadhuis zich naar buiten voegt naar de
omliggende bebouwing in rooilijnen en hoogtes,
zo organiseert het zich naar binnen rondom de
Burgerzaal. Zoals de Markt het centrale plein in de
stad is, zo is de Burgerzaal het centrale plein binnen
het gebouw.
Vanaf de Markt kom je via een brede hellingbaan of via
trappen binnen in de Burgerzaal op de piano nobile.
Een prachtige ruimte van ongeveer 15 meter breed,
30 meter lang en 20 meter hoog! Aan weerskanten
luie trappen die op een ontspannen manier de
verschillende verdiepingen verbinden. Helder daglicht
komt aan beide zijden, gefilterd door trappen
en kolommen, in deze grote hal. Alle verdiepingen
zijn georganiseerd rondom deze centrale ruimte.
Deze Burgerzaal kan een belangrijke toegevoegde
waarde hebben voor de stad; tentoonstellingen,
muziekuitvoeringen, belangrijke bijeenkomsten, ontvangstruimten,
manifestaties en dergelijke kunnen
juist hier plaatsvinden. Door deze activiteiten zal
het Stadhuis bijdragen aan de drempelverlaging
voor de burgers. Het toevallige impulsbezoek kan
toenemen en bijdragen aan een identificatie met je
eigen Stadhuis. Deze ruimte en niet de Raadszaal
of de Stadswinkel is de belangrijkste ruimte van het
Stadhuis; niet in de eerste plaats voor t bestuur, de
raad of voor de gemeentemedewerkers, maar bovenal
voor de burgers.
Aan de westzijde van de Burgerzaal bevinden zich de
Raadszaal en de commissiekamers. Aan de oostzijde
is de Stadswinkel. Beide ruimten zijn circa 7 meter
hoog en met een diffuse lichtkap overdekt. Samen
met de Burgerzaal vormen deze ruimten een door
wisselend daglicht bespeelde ruggengraat van
het publieke deel. Zowel één laag naar beneden
naar het souterrain als één laag omhoog naar de
spreekkamers van de sector Samenleving is hiermee
ruimtelijk verbonden en vormt als geheel het publieke
domein.
Op de 4 bouwlagen daarboven bevinden zich de
diverse ruimten voor de gemeentemedewerkers. De
bovenste van deze 4 lagen is iets teruggelegd van
de gevels en vormt samen met de omloop op circa
15 meter hoogte het onder circa 53° terugtredende
denkbeeldige dakprofiel. Op het dak van de Burgerzaal,
nog verder teruggetrokken van de gevels, bevindt zich
tenslotte de centrale technische ruimte.
De structuur van het gebouw is zo ontworpen, dat
grote vrij indeelbare ruimten ontstaan, waarbij het
merendeel van de gevraagde werkvertrekken aan de
buitengevels is gesitueerd. Vanaf de eerste verdieping
wijken de werkvloeren iets naar buiten en formeren
zo aan weerskanten van de Burgerzaal op de tweede
verdieping een tweetal patios. De begroeiing van
deze patios vormt s zomers tevens een zonnefilter
voor de eronder gelegen Raadszaal en Stadswinkel.
De werkvertrekken zelf zijn zo gesitueerd en
ontworpen dat de medewerkers zoveel mogelijk zelf
hun klimaat kunnen regelen. Gewone radiatoren, te
openen ramen, ventilatievoorzieningen via speciale
ventilatieraampjes of, waar nodig in verband met
geluidshinder, door middel van suskasten of
dauerlüftung (zoals in de woningbouw gebruikelijk
is), zelf bedienbare buitenzonwering, etcetera.
Middels nachtventilatie wordt de overdag in de constructie
opgeslagen warmte weer op natuurlijke wijze
weggeventileerd. De centrale Burgerzaal functioneert
daarbij als centraal afzuigkanaal.
Koelere buitenlucht wordt s nachts via de kleine
raampjes in de gevel, de poriën in de huid, door
de kantoorvertrekken heen, en middels de gangen
afgezogen door natuurlijke trek in de centrale hal. Het
gebouw als afvoerkanaal. Het stadhuis Apeldoorn is
sinds lange tijd in Nederland weer het eerste grote
kantoorgebouw waar natuurlijke ventilatie een
hoofdrol speelt: na enkele jaren in gebruik te zijn
geweest, bleek de uiteindelijke besparing aanzienlijk
hoger dan oorspronkelijk berekend.
Je zou kunnen zeggen, dat de werkkamers zo zijn
gemaakt, als je ze ook thuis zou willen hebben.
Waar noodzakelijk (zoals in keuken/restaurant, automatiseringsruimten
en dergelijke) is een eenvoudige
mechanische ventilatievoorziening aangelegd.
Daglicht en transparantie spelen een belangrijke rol
in het ontwerp. In de colonnade kan een verwijzing
worden afgelezen naar de architektuur, die zo
karakteristiek in Apeldoorn aanwezig is in de rond de
eeuwwisseling gebouwde villas. De serres, verandas
en elegante houtconstructies als toevoeging aan een
eenvoudige hoofdmassa vervulden indertijd een
soortgelijke functie als deze colonnade nu vervult.
Resumerend zou je kunnen zeggen dat het nieuwe
Stadhuis voor lange tijd een beeldbepalende
verrijking voor het hart van Apeldoorn wil zijn, met
een meerwaarde die uitstijgt boven die van een
administratie-stadskantoor en die, niet in het minst
door zijn lage drempelwaarde, de inwoners van
Apeldoorn de kans geeft zich met hún huis, hún stad
te identificeren.
Projectmedewerkers
Dick Geuzenbroek, Ruud van der
Kroft, John Lafféber, Frans Sallé, Annemarie Schuitema,
Bertus van Vliet.