Architect
prof. ir. Hans Ruijssenaars
Opdrachtgever
Stichting SOGZA, Almere
Constructeur
Ingenieursbureau Van der Werf en Lankhorst, Arnhem
Hoofdaannemer
Coöperatief bouwbedrijf Moes u.a., Zwolle
Opdracht
1990
Bouwjaar
1994-1995
Bruto oppervlak
8.598 m2
Bouwsom
€ 8.108.000,00 / f 17.837.000,00
(excl. btw en honorarium)
Fotografie
Jan Derwig
Werknummer
9039
Ontwerp
wonen
zorgen
verplegen
Hoe veelkleurig en genuanceerd
deze componenten op zich ook zijn,
het gaat om balans en harmonie.
Het gaat om welzijn, van bewoners èn personeel.
Vooral waar de zorg toeneemt,
dreigt het wonen af te nemen.
Maar ook bij totale verzorging is er sprake van wonen,
kunnen huis en tehuis bijdragen,
aan dat universele gevoel van thuis,
van veiligheid en koestering.
Thuis als plek van waaruit,
hoe beperkt soms ook.
Bij toenemende afhankelijkheid door afnemende vermogens
is bezinning op wat werkelijk van belang is onvermijdelijk:
het verpleeghuis als spiegel van de maatschappij.
De belangrijkste inspanning
bij het ontwerpen van dit verpeeghuis
is dan ook meer gericht op wat mensen bindt
en gemeenschappelijk hebben,
dan op wat mensen scheidt en specifiek maakt.
Alleen dan kun je voorkomen
dat het verpleeghuis een randverschijnsel wordt,
in plaats van wat het werkelijk is
een wezenlijk onderdeel
midden in ons leven.
Midden in een nieuwe woonwijk in Almere-Stad,
langs de centrale toegangsweg naar de wijk, nabij het
nieuwe winkelcentrum is een terrein gereserveerd
voor het nieuwe verpleeghuiscentrum. Zowel voor
permanente bewoning als voor poliklinische zorg en
ondersteuning voor de thuiszorg, een goede lokatie.
Voor chronische verpleeghuiszorg is het terrein
opgevat als een onderdeel van een woonwijk. De
wooneenheden zijn gesitueerd als huizen langs
de omringende wegen, met eigen voordeuren en
woonkamers aan de straatkant, waar leven en
beweging is.
Meer naar binnen liggen de één- en tweepersoons
kamers, uitkomend op hofjes, enigzins besloten,
maar toch weer met zicht op de wijk. Sanitaire- en
dienstruimten zijn gekoppeld per 2 huizen.
Door laagbouw ontstaat een optimale wisselwerking
met de directe woonomgeving, een grotere gelijkwaardigheid
van de huizen waardoor meer flexibiliteit
in gebruik wordt bewerkstelligd, en bovendien
de mogelijkheid wordt gecreëerd daglicht ook in
de compacte en inpandig gelegen sanitaire dienstgedeelten
te krijgen.
De huizen zijn zo geconstrueerd dat onafhankelijk
van de orientatie op de zon daglicht in het huis wordt
gebracht en er geen donkere gedeelten onstaan.
De routes in het huis gaan, begeleid door licht, altijd
van licht naar licht.
Aan de achterzijde zijn alle huizen gekoppeld door
een omloop. Deze omloop of binnenstraat vormt
de verbinding naar het centrale dienstencentrum en
geeft rechtstreeks toegang tot en vorm aan een grote
afgesloten binnentuin.
Naast aandacht voor de bebouwing is veel aandacht
geschonken aan de ruimten tussen de bebouwing.
De contramal van de bebouwing draagt zorg voor de
onderlinge samenhang en voor de verankering aan
de maatschappij. Geen restruimten maar zorgvuldig
vormgegeven interne stedebouw.
Daglicht, begrijpelijke en tastbare materialen en een
heldere structuur dragen hopelijk bij aan de directe
zintuigelijke en emotionele beleving van het nieuwe
thuis.
Projectmedewerkers
Hans Liscaljet, John Lafféber, Annemarie
Schuitema, Peter Alberts.
Publicaties