Architect
prof. ir. Hans Ruijssenaars
Opdrachtgever
Gemeente Schiedam
Constructeur
Adviesbureau voor Bouwtechniek, Velp
Hoofdaannemer
Albouw BBM & Van Oorschot-Versloot Bouw, Breda
Opdracht
1991
Bouwjaar
1995-1997
Bruto oppervlak
22.500 m2
Bouwsom
€ 18.604.989,00 / f 41.000.000,00
(excl. btw en honorarium)
Fotografie
Jan Derwig, Sybolt Voeten, Marcel van Kerckhoven
Werknummer
9124
Ontwerp
Het begin van Schiedam werd in de 13e eeuw gestuurd
vanuit het kasteel Huis te Riviere. Het kasteel werd
geplunderd en brandde af. Al vanaf 1574 staat het aan
de Broersvest als ruïne als stille getuige van dat begin.
Het bestuur van de stad verplaatste zich naar de Grote
Markt en kwam in 1973 weer terug op het Stadserf in de
stadskantoortoren. Rondom leegte.
Het huidige Schiedam, na een veelbewogen geschiedenis
uitgegroeid tot een stad van 75.000 inwoners, dreigde
door een gapende kaalgeslagen ruimte in het hart
uiteen te vallen in een westelijk en een oostelijk deel.
De gedempte Broersvest als belangrijke verkeersader,
versterkte dat splijtende effect. De stadskantoortoren
en de oude ruïne stonden hulpeloos in dat lege hart. De
belangrijkste opgave bij het stedebouwkundig plan voor
dit gebied was een nieuw stadshart te maken voor héél
Schiedam en daarmee ook letterlijk een brug te slaan
tussen de oude kern en het steeds belangrijker wordende
stationsgebied aan de oostzijde. De verbinding over de
Broersvest heen, van land van Belofte naar het nieuwe
Stadserf was daartoe een belangrijke voorwaarde.
De Liduina-basiliek en de Grote Kerk spannen samen
om die sprong te maken. De Lange Kerkstraat krijgt een
natuurlijk verlengde in het Stadserf. De beide kerktorens
vormen een nieuwe richting en verbinden ruimtelijk oost
en west. Het Stadserf wordt de nieuwe centrale ruimte
van Schiedam, de nieuwe stadskamer, het nieuwe hart.
De wanden van die kamer worden in nauwe harmonie
gevormd door een woon-winkel-en kantoorcomplex aan
de zuidzijde, en een nieuw bestuurs- en cultuurcentrum
aan de noordzijde. De gevels zijn eerst de wand van die
stadskamer en pas in tweede instantie de huid van de
er achter gelegen bebouwing. Aan weerszijden geeft de
bebouwing middels arcades een deel van haar volume
prijs als overgang naar het plein de stadskamer. In het
noordelijk deel vormt die arcade de centrale toegang
tot een veelheid aan functies: de bibliotheek, het
stadsarchief, het theater en de stadswinkel, de centrale
publieksafdeling van de geconcentreerde stedelijke
diensten.
Publieksintensieve functies als restaurant, café en
tentoonstellingsruimte nestelen zich op de piano
nobile in directe verbinding met de stadskamer. De
bibliotheek draagt vanaf de daarboven gelegen lagen
bij aan de levendigheid van het plein. Vanuit de centrale
entree vindt een verdere route plaats naar bibliotheek,
archief, theater en stadswinkel. Alleen de nieuwe
multifunctionele Raadszaal annex nieuwe huisvesting
voor het college van Burgemeester en Wethouders
ligt wat verder van de centrale ingang af en is direct
gekoppeld aan de diverse stadshuisafdelingen in het
bestaande stadskantoor. Voor het avondgebruik ten
behoeve van Raads- en commissievergaderingen is
een separate ingang voorzien in de Singelstraat. Onder
het gehele complex bevindt zich een parkeergarage
voor 92 autos en een fietsenstalling voor 450 fietsen.
Beide voorzieningen hebben een directe toegang tot
de centrale entree-hal. De verschillende bouwdelen zijn
enigszins los van elkaar gesitueerd en hebben door hun
eigen specifieke functie ook een eigen karakter en sfeer
gekregen. De openbare bibliotheek is een met daglicht
doorspoelde ruimte geworden waar de wil om te leren
vorm kan krijgen, ongestoord maar altijd in contact
met de wereld om je heen. In het stadsarchief vormt
de leeszaal als brandpunt tussen de goed geoutilleerde
archiefruimten de toegang tot het verleden.
Het Theater kent met zijn doos-in-doos-constructie
niet alleen een prachtig decor voor het gevraagde
lijsttoneel, maar biedt in zijn restruimte, de foyer,
tevens een extra theatrale voorziening voor het
onverwachte. Zelfs het Stadserf, de stadskamer, kan
als decor dienen voor het toneel van alledag of als plek
voor een plotselinge gebeurtenis. De stadswinkel met
zijn voorlichtings- en tentoonstellingsruimte is een
prachtige ruimte om zomaar even binnen te lopen.
Samen proberen de onderdelen vorm te geven aan de
stedelijke ruimte, het plein en de omliggende straten.
De historie blijft in de ruïne en in het plaveisel van het
plein prominent aanwezig. Ook vanaf het Stadserf is
de ruïne goed zichtbaar dwars door de arcade heen.
Kruisbestuiving tussen cultuur, bestuur, historie kan
bruisende gevolgen hebben, en daarmee kan dit tot
voor kort desolate gebied hopelijk uitgroeien tot een
nieuw kloppend hart voor héél Schiedam.
Projectmedewerkers
Jos de Kler, Michael Durgaram, Ton Gilissen,
John Laffeber, Jacco van der Linden, Mark
Lodder, Eric Meisner, Corry Schrader, Silvester Vermast,
Danielle Vermond, Gerrit de Vries, René de Vries, Rob
de Vries, Simon van Zadelhoff.
Publicaties