Architect
prof. ir. Hans Ruijssenaars
Opdrachtgever
Amstelland Ontwikkeling Vastgoed (nu AM Wonen)
Constructeur
Adviesbureau voor Bouwtechniek, Velp
Hoofdaannemer
Wilma Bouw
Opdracht
1994
Bouwjaar
1997-2003
Bruto oppervlak
38.000 m2
Bouwsom
€ 24.504.132,00 / f 54.000.000,00
(excl. btw en honorarium)
Fotografie
Hans Ruijssenaars, Simon van Zadelhoff, Bart van der Vossen
Werknummer
9417
Ontwerp
Zwolle is een prachtige levende stad.
Omringd door een imposante gordel van bolwerken
ligt de binnenstad duidelijk afgetekend te midden van haar uitbreidingen.
Als een door water omgeven juweel geregen aan het Zwarte Water.
Er zijn weinig grotere steden in Nederland
waar je in de binnenstad zo duidelijk binnen bent
en waar zo'n rijke gelaagde samenhang is.
Kompakt en komplex maar ook overzichtelijk en beloopbaar.
Met een rijke historie waar je niet omheen kunt.
Het bloeiende Zwolle uit de middeleeuwen maakt rond
1600 een enorme transformatie door. Een nieuwe
verdedigingslinie die in oppervlakte vergelijkbaar is
met het te verdedigen gebied wordt in de tachtigjarige
oorlog rond de stad getrokken. De vestingwerken
vergroten de afstand tussen binnenstad en ommeland
en zorgen tot vandaag voor dat gevoel van binnen.
Het Rodetorenplein als belangrijke overslagplaats
tijdens de middeleeuwen behoudt nog lange tijd
zn poortfunktie. Via het Zwarte Water en de Vecht
bleef Zwolle hierdoor een belangrijke schakel tussen
Duitsland en West-Nederland. De scheepvaart zorgde
door het Hanzeverbond voor grote welvaart.
Gaandeweg echter maakte het vervoer over water plaats
voor het vervoer over de wegen. De Kamperpoortbrug
wordt belangrijker dan het Zwarte Water. De bolwerken
verliezen hun betekenis als verdedigingslinie en het
wegverkeer dringt langzaam de binnenstad in. Grote
en Kleine Aa worden gedempt. In de kern blijft het
middeleeuwse stratenpatroon nog overeind maar
aan de rand erodeert de verdedigingslinie onder de
toenemende verkeersdruk. De bolwerken bieden nog
steeds weerstand maar sluipenderwijs worden ze
stapje voor stapje aangetast. De scherpe waterlijn
verwatert, het Rodetorenplein als navelstreng van
Zwolle wordt parkeerterrein. Vele ad hoc beslissingen
bedreigen de binnenstad.
Zou het mogelijk zijn de latente waardering voor de
historie in balans te brengen met de noodzaak tot
vernieuwing ?
De kern van de ontwerpinspanning op het Maagjesbolwerk
wordt ingegeven door de wens een nieuw
evenwicht tot stand te brengen tussen de oost- en
westzijde van het centrum. Door het achtergebleven
gebied aan het eind van de Melkmarkt een nieuwe
impuls te geven, wordt getracht een gezonde
aansluiting bij het centrum te krijgen; nieuwe
betekenis voor de voormalige handelsentree van de
stad.
Aansluiting aan de stad is cruciaal in de planvorming.
De Jufferenwal die het bolwerk tot voor kort scheidde
van de kern, brengt de verbinding tot stand. Het
bolwerk verdicht zich en wordt deel van de stad.
De erosie van de waterlijn wordt tot staan gebracht
en zelfs hersteld tot de situatie vóór de erosie
toesloeg. Het Rodetorenplein komt terug naar zn
oorspronkelijke vorm en kan als evenementenplein
iets van zn oude betekenis terugkrijgen.
Mogelijk is ook hier de herbouw van een stadsmolen
mogelijk op de plek waar de eerste molen van Zwolle
heeft gestaan. Het Hopmanshuis neemt weer zn
oude positie in, half in het water, vanouds hét
handelshuis.
Een nieuwe ondergrondse parkeergarage met daglicht
en in twee lagen, spant tussen Kamperpoortbrug en
Melkmarkt en vormt een transferium tussen het
autoverkeer bij de Kamperpoortbrug en het voetgangersgebied
rond de Melkmarkt. Bedieningsverkeer
en openbaar vervoer blijven mogelijk.
Het nieuwe Bolwerk keert terug op zijn oorspronkelijke
plek. Vanuit het ruige escarp groeit het tot zon
tien meter hoogte. Bovenop is er plaats voor een rij
lichte eengezinswoningen. Glas, staal, aluminium en
hout bovenop het aardse basement, gemetseld van
gesinterde stenen uit de laatste Nederlandse ringoven.
In de kazematten van het bolwerk nestelt zich een
winkelcentrum als nieuw attractiepunt. Een coupure
in het Bolwerk vormt de hoofdentree en zoekt een
soepele aansluiting op de Melkmarkt.
Rondom het Bolwerk is een plantsoenachtige
promenade aangelegd als inleiding tot de passantenen
buurtvaarthaven aan de voet.
Het bouwdeel tussen het Bolwerk en de Kamperpoortbrug,
de in verdedigingstermen meer kwetsbare
courtine, het gordijn, krijgt een transparante horecafunctie
die de reeds aanwezige horecaconcentratie
aan de Jufferenwal verbindt met het nieuwe horecaplein
naast de jachthaven. Op de hogere lagen van de
courtine zijn kantoorfuncties ontworpen.
De bebouwing aan de Jufferenwal zoekt in profiel
en hoogte aansluiting met de korrelige voormalige
achterkantenbebouwing aan de overkant. Gaandeweg
zal ook deze straat een stadsstraat worden waardoor
het Maagjesbolwerk het eerste bolwerk van Zwolle
wordt dat zich op natuurlijke wijze hecht aan de
kern. Een mogelijk toekomstige doorbraak naar de
Ossenmarkt via de Muntssteeg kan ook het gebied
rond de Peperbus op die manier mee laten profiteren
van deze nieuwe impuls.
Centraal bij de ontwikkeling van het Maagjesbolwerk staat het besef
dat de historie van de stad, haar rijke gelaagde ontwikkeling,
een nieuwe balans zoekt met de omstandigheden van nu,
dat de waardering voor het verleden
de toekomst niet in de weg staat,
maar daar juist een nieuw verbond mee sluit.
Vooral de autonome ontwikkeling van het autoverkeer
en de daarbij behorende schaal
maakte het noodzakelijk je opnieuw af te vragen
hoe die schaal zich verhoudt tot de schaal van het verleden.
Vanuit de overtuiging dat de wetmatigheden
die de stad vanaf haar begin hebben gestuurd,
dat ook in de toekomst zullen doen,
ben ik van mening dat het mogelijk is
dat nieuwe verbond te vinden;
een prachtig levend Zwolle.
Projectmedewerkers
Roel Buiter, Roosmarie Carree, Martijn dHeripon,
Michael Durgaram, Gert-Jan van Ginneke, Lyongo Juliana, John Lafféber,
Mark Lodder, Eric Meisner, Jan Oudeman, Corry Schrader, Annemarie
Schuitema, Bertus van Vliet, Simon van Zadelhoff.